Wandelen in Spanje
De Spaanse wandelgebieden verschillen per regio enorm van karakter. In het zuiden, in Andalusië, vind je de witte dorpen van de Alpujarras. Hier loop je over eeuwenoude verbindingspaden die vaak steil omhoog kronkelen met uitzicht op de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. Het terrein is hier droog en de paden zijn bezaaid met losse stenen, wat vraagt om stevige bergschoenen met een stijve zool om vermoeidheid in de voeten te voorkomen. Voor de zomermaanden is het noorden van Spanje de beste plek. De Pyreneeën en de Picos de Europa bieden alpine terrein met diepe kloven en kristalheldere bergmeren, waarbij de temperatuur op hoogte ook in juli en augustus aangenaam blijft.
Ook op de eilanden is wandelen populair. Mallorca heeft met de GR221 een route dwars door de Tramuntana-bergen, waar je langs olijfgaarden en over oude kasseienpaden loopt. Op de Canarische Eilanden, zoals La Gomera, loop je juist door vochtige nevelwouden en over vulkanische as. De markering van de paden (de bekende wit-rode of wit-gele strepen) is in de bekende regio’s goed, maar in de afgelegen sierras is een GPS-track op je telefoon of een topografische kaart noodzakelijk om niet op doodlopende geitenpaden te belanden.
Camino de Santiago
De Camino de Santiago is de bekendste pelgrims-wandeltocht van Spanje. Het is geen enkele route, maar een verzameling paden die samenkomen bij de kathedraal in Santiago de Compostela. De Camino Francés is de meest gelopen variant. Deze start in de Pyreneeën bij Saint-Jean-Pied-de-Port en voert je door de wijnstreek Rioja en over de uitgestrekte, vlakke Meseta-hoogvlakte. Op deze route vind je om de paar kilometer een dorp met voorzieningen, wat het een sociale tocht maakt waarbij je ook alleen kunt lopen zonder echt eenzaam te zijn.
Wie de drukte wil vermijden, kiest vaak voor de Camino del Norte. Deze loopt langs de noordkust bij de Golf van Biskaje. Je hebt hier meer hoogtemeters en uitzichten over de oceaan, maar de route is fysiek uitdagender dan de Francés door de vele korte, steile klimmetjes. Een andere optie is de Via de la Plata vanuit Sevilla. Dit is een eenzame route over oude Romeinse wegen, waar je lange afstanden aflegt zonder veel schaduw. Een Camino lopen verschilt van een bergwandelvakantie; het gaat hier vooral om het ritme van de lange afstand over relatief begaanbare paden, van dorp naar dorp.
Spanje dwingt je als wandelaar om je aan te passen aan de lokale omstandigheden, zoals de siësta en de felle middagzon. Of je nu op de hoogvlaktes loopt of door de bergpassen van het noorden, de beloning na een dag op de trail is de nuchtere Spaanse cultuur: een koud biertje of een glas wijn met een paar tapas in een lokaal café. Het is een land waar de afstanden groot zijn en waar je buiten de toeristische centra nog echte rust vindt.